------- Terug
Vleugels met 3 submarginale cellen
vr = vrouwtje; m = mannetje
l
Achtertibia (schenen) zonder sporen; marginale cel voorvleugel zeer lang 6x langer dan breed: honingbij. Honingbij
Sm.± cellen even groot check
- Puntogen op een rechte lijn: Hommels check
- Puntogen in een driehoek:-Sachembijen
3e Sm.cel groter dan de 1e of 2e Sm.cel; vleugels blauwzwart; bijen groot (2-2,5 cm), blauwzwart en met blauwe metaalglans: Houtbij
3e Sm.cel ± zo groot als de 1e Sm.cel maar groter dan de 2eSm-cel: check
Grote bijen met witte haarbundeltjes op achterlijf: -Rouwbijen
Bijen klein, kaal, slank, met metaal-glans; punt radiaalcel raakt rand niet; 2e tergiet bol:-Blauwe erstbij
2e Sm.cel ± zo groot als de 3 Sm-cel; top radiaalcel van de vleugelrand verwijderd; achterlijf met viltvlekken: Viltbijen
3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel; radiaal cel versmald en met top tegen vleugelrand: voorbeelden
- Slanke wespachtige geel of rood gekleurde bijen: Wespbijen
- Basaalader duidelijk gebogen; vrijwel kale bijen met rood achterlijf en meestal met zwarte punt: -- Bloedbijen
- Basaalader sterk gebogen; achterlijf behaard; punt achterlijf vr met groefje; m vaak met gele gezichts-tekening: Groefbijen
- Vrouwtjes met duidelijke en m met zwakke oogstreep, basaalader weinig gebogen; vr met fimbria. klauwlid niet sterk verdikt:
Zandbijen
- Zonder oogstreep; klauwlid sterk verdikt; laatste annelid m afgeknot; lijken veel op zandbijen: --- Dikpootbijen
- 2e en 3e Sm-cel ongeveer even groot; achterlijf met strakke viltige haarbanden, tong 2-lobbig of vrij grote behaarde bijen met 2-lobbige tong: Zijdebijen
top tabel