Roetbijen - panurgus
Zwarte, glanzende, weinig behaarde, vrij slanke, bijen (7-12 mm); kop relatief groot ten opzicht van het borststuk. 2 soorten: grote roetbij (P.banksianus) en kleine roetbij (P.calcaratus) Die in het veld lastig van elkaar zijn te onderscheiden.
Vrouwtjes met lange dichte verzamelharen op achterpoten. Vliegtijd: juni - aug. Bloembezoek: gele composieten met gele lintbloemen zoals gewoon biggenkruid, havikskruid, echt bitterkruid, vertakte leeuwentand. Nesten: graven nest in zandige bodems. Voorkomen: op de zandgronden: het meest in het binnenland.