Wespbijen
Vrijwel kale, slanke  bijen met gele tot rode wespachtige kleurpatronen op het achterlijf; ook andere lichaamsdelen kunnen rood of geel zijn gekleurd; aan dit kleurpatroon danken ze  de naam wespbij; lengte 8 tot 14 mm.  Voorvleugels met 3 submarginale cellen; de 3e cel ca. even groot als de 2e .  De vrouwtjes zijn te herkennen aan de dichte haarfranjes aan het einde van het 5e tergiet (rugsegment). In het algemeen zijn de soorten zeer lastig van elkaar te onderscheiden.