Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel even groot als de 1e Sm.cel, maar groter dan de 2e met witte haarbundeltjes op zijkant achterlijf.
Achterlijf rouwbij met witte haarbundeltjes op zij
 
Grote bruinbehaarde bijen(12-16 mm); achterlijf zwak, maar goed zichtbaar toegespitst; met witte/vuilwitte viltachtige vlekken op het achterlijf. Mannetjes en vrouwtje zijn in het veld niet van elkaar te onderscheiden. Ten opzichte van andere bijensoorten is de bruine rouwbij nauwelijks te verwarren. Koekoeksbij bij sachembijen.