Wespbijen - Nomada
Bijen met 3 submarginale cellen in de voorvleugels: 3e Sm.cel kleiner dan 1e Sm. cel
Vrijwel kale, slanke  bijen met gele tot rode wespachtige kleurpatronen op het achterlijf; ook andere lichaamsdelen kunnen rood of geel zijn gekleurd; aan dit kleurpatroon danken ze  de naam wespbij; lengte 8 tot 14 mm.  Voorvleugels met 3 submarginale cellen; de 3e cel ca. even groot als de 2e .  De vrouwtjes zijn te herkennen aan de dichte haarfranjes aan het einde van het 5e tergiet (rugsegment). In het algemeen zijn de soorten zeer lastig van elkaar te onderscheiden.  Zelfs met goede optische middelen is veel ervaring vereist.  Bij het herkennen van de bijen bieden foto’s vaak geen uitkomst. Ze leiden een parasitaire levenswijze. Het zijn koekoeksbij bij zandbijen en , soms bij roetbijen. Door de parasitaire levenswijze zijn de soorten niet aangewezen op bepaalde stuifmeelplanten.
In Nederland 43 soorten wespbijen waargenomen. Meer dan de helft is zeldzaam tot zeer zeldzaam of uit ons land verdwenen.