Bruine slobkousbij
Macropis fulvipes
Gedrongen, weinig behaarde bijen. Het achterlijf is ovaal, zwart, sterk glanzend en met witte haarbandjes aan op het einde van de laatste tergieten.
Lengte: vr & m 9-10 mm.
Zeer zeldzaam
Drachtplanten: gespecialiseerd op wederik
Koekoeksbijen: bonte viltbij (Epeoloides coecutiens)
Volledige tekst
Foto's
Mannetje
Plaat
 
 
 
 
 
--
Vrouwtje: achter poten (metatarsus en schenen) bruinachtig behaard. ( de contrastrijke beharing van de gewone slobkous ontbreekt); 1e en 2e tergiet zwak gepuncteerd; lengte 9-10 mm.
Mannetje: gezicht geel, labrum geheel geel, lichaam vrijwel kaal, achterpoten verdikt; de eerste 2 tergieten van het achterlijf duidelijk gepuncteerd. lengte 9-10 mm.
Vliegperiode: eind juni - juli.
Nesten: graaft een nest in de grond.
Bloembezoek: grote wederik.
Voorkomen in Nederland: zeer zeldzaam in Noord-Brabant en Zuid-Limburg.
Koekoeksbijen: bonte viltbij (Epeoloides coecutiens)
Samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: (Bron onderstaande link nederlandsesoorten)
De bruine slobkousbij is slechts van een beperkt aantal vindplaatsen in Noord-Brabant en Midden-Limburg bekend: Waalwijk (1948), Beers (1948-1972), Boxtel (1970), Heel (1970), Herkenbosch (1976) en Eindhoven (1993). De soort is aangetroffen in greppels langs weilanden (Beers) en wegbermen in de bebouwde kom (Eindhoven). De soort nestelt in de grond. Bij grotere dichtheden lijkt er een tendens zijn tot het nestelen in kleine groepen. De nesten liggen vaak vlak bij groepen vliegplanten. Deze soort is net als de gewone slobkousbij ook gespecialiseerd op Lysimachia. De populatie bij Eindhoven is de enige recente vindplaats en lijkt klein en kwetsbaar. Aangepast maaibeheer is één van de belangrijkste maatregelen ter bescherming van de soort. De bonte viltbij Epeoloides coecutiens is waarschijnlijk ook koekoeksbij bij de bruine slobkousbij.
 
Bruine slobkousbij - Macropis fulvipes (foto r Henk Wallays http://tinyurl.com/7ptc4m9) Terug
 
Bruine slobkousbij - Macropis fulvipes Terug