Moerasmaskerbij
Hylaeus pfankuchi
1e tergiet opzij zonder haarfranjes (zeer ijle haarbandjes, haarvlekken); lengte 6-7 mm.
Waarschijnlijk zeer zeldzaam.
Bloembezoek: uiteenlopende soorten
 
Foto's:
Plaat
Mannetje
Scapus en sternieten
Mannetje: Scapus sterk verbreed, maar veel minder breed dan bij H. rinki (Het mannetje is aan de scapus goed te herkennen);
Vliegperiode:Juni - augustus.
Nesten: Onbekend; mogelijk in rietstengels of in rietsigaargallen (Westrich, 1989)
De planten waarop ze is verzameld, wijzen op een vochtig milieu: onder meer koninginnekruid en watertorkruid.
Voorkomen in Nederland: Waarschijnlijk zeer zeldzaam. Heeft ten opzichte van andere maskerbijen een klein areal; H. pfankuchi komt voor van de Oekraïne tot West-Europa. De noordgrens van het areaal ligt in de buurt van de januari-isotherm van - 2 ° C . Kaspisch fauna-element. In Nederland is deze soort door D. Piet enkele malen verzameld in de omgeving van Aalsmeer en Ankeveen (Wiering, 1954). Materiaal. — 5 exemplaren: Ankeveen (FT 49), 17.viii. 1943, 1 vrouwtje; 7.VÜ.1944, 2 vrouwtjes; Aalsmeer (FT 29), 9.vi.l945, 2 mannetjes. Is ook van de Weerribben bekend.
 
Moerasmaskerbij - Hylaeus pfankuchi Terug
 
 
 
Moerasmaskerbij - Hylaeus pfankuchi - Terug
 
Hylaeus pfankuchi: scapus en sternieten Terug