Kleine lookmaskerbij
Hylaeus leptocephalus
Deze soort onderscheidt zich van H. communis door de glanzende punttussenruimten rond de ocelli.
Lengte: vr & m 4-6 mm.
Zeer zeldzaam
Drachtplanten: allerlei planten
Koekoeksbijen: niet bekend
Volledige tekst
Foto's
Vrouwtje
Mannetje
Figuren
7e en 8e sternieti
 
 
 
 
 
--
Deze soort onderscheidt zich van H. communis door de glanzende punttussenruimten rond de ocelli; 1e tergiet opzij zonder haarfranjes (zeer ijle haarbandjes, haarvlekken); lengte 4-6 mm (m en vr)
Vrouwtje: Rugzijde 1e tergiet glanzend en vrijwel zonder punten; mesopleuron grof gepuncteerd, punten tot 2x zo groot als het metanotum; bovenkaak met 2 tanden.
Mannetje: Scapus die 2,5 - 3 maal zo lang is als breed; eerste tergiet glad en glanzend; In collectie materiaal met zwarte rand aan de mondzijde van de clypeus; 7e en 8e sterniet.
Vliegperiode: Half mei tot half september.
Nesten: Oude nesten van graafbijen, doodhout, afgestorven holle planten stengels.
Bloembezoek: onder meer berglook, reseda, schermbloemigen, tijm, kruisbloemigen, klokjes.
Voorkomen in Nederland: zeldzaam Zuid- en Midden-Limburg. H. leptocephalus komt voor van Spanje tot Centraal-Azië. In Europa ligt de noordgrens van het areaal ongeveer bij 54°NB (fig. 107). Deze soort komt ook in grote delen van de Verenigde Staten voor, maar het is niet uitgesloten dat ze daar is geïmporteerd (Snelling, 1970, 1975). De noordwestelijke areaalgrens ligt bij de januari-isotherm van 0° tot - 2 ° C . Mongools fauna-element; In de Verenigde Staten is de soort een cultuur volger, die veel wordt waargenomen in en langs agrarische gebieden (Snelling, 1970)
 
Hylaeus leptocephalus (m) Terug naar top
 
Hylaeus leptocephalus (vr) Terug naar top
 
Hylaeus leptocephalus (vr) Terug naar top
 
-- Terug naar top