Pluimbvoetbijen - Dasypoda
Voorvleugels met 2 submarginale cellen: 1e Sm.cel groter dan 2e Sm.cel
Pluimvoetbij is een vrij grote, tamelijk behaarde bij (lengte 13-15 mm)  die in de vlucht aan een honingbij doet denken, vooral het mannetje. Voorvleugels met 2 cubitale cellen. De 1e cel is groter dan de 2e. kop en borststuk geelbruin behaard, met donker gedeelte op het borststuk. Tergieten 2-4 (achterlijf ) met witte haarbanden.  In verhouding tot andere bijen zeer lange verzamelharen aan de achterpoten (scopa) waarmee grote hoeveelheden stuifmeel vervoerd kan worden.  Door deze  haren is het wijfje zeer goed in het veld herkenbaar en niet te verwarren met andere bijen. Het mannetje (rechtsboven) is vrij ruig behaard; met   geelbruine en witachtige beharing; de poten zijn lang en smal.
Pluimvoetbij nestelt in de grond en vaak in grote groepen bij elkaar valt daar door vaak op. Met uitzondering van zeeklei en veengebieden is pluimvoetbij vrij algemeen door het hele land.1 Nederlandse soort