| Cursus wilde bijen, vlinders & biodiversiteit in tuinen: inleiding |
 |
Termen van hoe maakt je bijenvriendelijke tuinen, klinken vaak als of je daarvoor een bouwpakket bij de bouwmarkt kan kopen. Maar het is een proces dat jaren kan duren. Dat geldt ook voor biodiversiteit dat vaak in een adem met bijen wordt genoemd. Vaak komt men dan niet verder dan bijen en vlinders. Biodiversiteit is voor mij verscheidenheid van planten, vegetaties, beplantingen en structuren in vegetaties en landschap en de daar mee samenhangende fauna. |
bijenbeheer is insectenbeheer
Als je een bijenvriendelijke tuin maakt, op wat voor grond dan ook, verbeter je de biodiversiteit,
ook als er geen enkele bij komt. Mijn slogan is bijenbeheer is insectenbeheer. Dat heeft meer resultaat bij inheemse dan uitheemse planten, de laatste wil ik niet uitsluiten zo lang ze niet invasief zijn. Ik heb er zelf goede ervaringen mee. Bijenplanten of niet: planten vormen de basis van levensgemeenschappen. Onder staande tekening is daar een symbool van |
|
Als je een bijenvriendelijke tuin maakt, op wat voor grond dan ook, verbeter je de biodiversiteit,
ook als er geen enkele bij komt. Mijn slogan is bijenbeheer is insectenbeheer. Dat heeft meer resultaat bij inheemse dan uitheemse planten, de laatste wil ik niet uitsluiten zo lang ze niet invasief zijn. Ik heb er zelf goede ervaringen mee. Bijenplanten of niet: planten vormen de basis van levensgemeenschappen. Onder staande tekening is daar een symbool van |
 |
| Bijen beheer is eigenlijk vegetatiebeheer dat varieert van akkerrandenbeheer tot aan bosbeheer. Een belangrijk aandachtspunt daar bij is: structuurvariatie. In een kleine tuin is dat vaak niet te doen. In grotere tuinen wel. Hoe kleiner de tuin des te lastiger het is om structuurvariatie aan te brengen. |
| Verantwoording |
| Voor mijn doctoraal heb ik uitgebreid onderzoek gedaan naar het voorkomen en milieu van maskerbijen. Andere insecten zag ik ook wel, maar dat zat niet in het programma. Wat ik ook zag dat slechte plekken voor bijen ook slecht waren voor andere insecten. Door mijn spoorwegonderzoek kwam ik in alle plekken van Nederland: platteland, stad en dorp. Het gevoel dat ik daar bij kreeg dat er nauwelijks aandacht was voor insecten in het algemeen. Het insecten onderzoek ging vaak niet verder dan het verzamelen van insecten. Dat leiden tot de publicatie 'insectenbeheer: Gewenst beheer van sterk door de mens beïvloede levensgemeenschappen zowel in landelijk als in het stedelijk gebied. (Wetenschappelijk Mededeling KNNV, 1988, 112pp). Sinds dien gebruikte ik de slogan 'bijenbeheer is insectenbeheer', maar dat gaat nog veel verder. Structuurvariatie is een element dat je niet los kan maken van biodiversiteit. |
| |
| Wat is structuurvariatie |
| Ecologisch gezien de structuurvariaties van vegetaties, beplantingen, de woonomgeving en het landschap. We bedoelen hier en kleinschalig landschap. Voor insekten en spinnen is dat vooral in Engeland in de vorige eeuw al uitgebreid onderzocht. In Nederland was vooral het onderzoek van Tinbergen zeer interessant. |
| Wat voor vogels geldt, geldt ook voor insecten inclusief wilde bijen. |
| Tinbergen heeft dat aan de hand van vogels onderzocht. In een oud loofbos met veel structuur zijn veel meer vogels dan in een naaldhout productie bos |
 |
| Wat hij in deze bossen aan trof: veel vogels en veel soorten |
 |
| |
| In dennenbos wat het weinig soorten en weinig aantallen |
 |
 |
| |
| Dat geldt ook voor de plek waar je woont. Structuur variatie stimuleerd biodiversitet |
 |
| |
| Structuurvariatie in stedelijke beplantingen |
| Globaal voor 1980-1990 werden bosachtige beplantingen nog (productie) bosbouw kundig aan gelegd en beheerd. Deze beplantingen hadden weinig betekenis voor biodiversiteit. Maar rond de jaren 70 van de vorige eeuw kwam daar wat verandering in. 1995 (het tweede Europees natuurbeschermings jaar) Werd ik als ambassadeur door tientallen gemeenten uit genodigd om naar hun beplantingen te kijken. Bijna alle beplantingen waren traditioneel aangelegd en in de beging fase bosbouwkundig beheerd. De gemeenten die ik bezocht hadden op veel plaatsen beplantingen omgevormd. Er ontstond toen ook veel meer ruimte voor kruidachtige begroeiingen. Structuurvariatie zorgde voor variatie van de lichtinval. Kruidachtige planten en heesters kwamen steeds meer voor in en langs de beplantingen. Voor vogels en insecten en andere kleine dieren was dat een enorme verbetering en het had ook een grote invloed op het voorkomen van wilde bijen. |
| |
| Schetsen van omgevormde stedelijke beplantingen voor onderzoek: |
| Openbaar groen op ecologische Grondslag. Proefschrift, Landbouwuniversiteit Wageningen. 264 p. Koster, A.,2001. |
 |
| |
| |
 |
| |
 |
| |
 |
| |
| In kleine tuinen kan je je ook structuur variatie aan brengen. Met een heester, maak jer al een plek voor half schaduw planten. Of een klein rotstuintje met planten voor droge gronden en nestplaatsen voor wilde bijen. Zie voorbeelden uit eigen tuin in Veenendaal, (bestaat sinds 2021niet meer) |
| |
| Een rotstuintje van ca 1,5 m² |
 |
| |
| Een halfschaduwhoek van beging maart tot augustus met wilde bijen, Op de achter grond een ril (stapel tuinhout) voor vogels, kleine zoogdieren en padden. |
 |
| |
| Een bijenhotel gecombineerd met een rotstuintje, waar ook bijen in nestelen |
 |
| |
| Een binnenplaats in Arnhem |
 |
| |