Klimopzijdebij
Colletes hederae
Het achterlijf met duidelijke, dichte haarbandend; het eerste tergiet vaak zwak roodachtig aan gelopen. .
Lengte: vr & m 8 - ca.14 mm.
Zeldzaam in Zuid-Limburg en Zuidelijk deel Zeeland.
Drachtplanten: gespecialiseerd op klimop.
Koekoeksbijen: in Nederland niet bekend.
Volledige tekst
Foto's
Klimop zijdebij
Op klimop
Nestplaatsen
 
 
 
 
 
 
 
Legenda bij kaartje
A Algemeen tot vrij algemeen per provincie of een groot gedeelte daarvan: meer dan 10 uurhokken verspreid
R Regionaal algemeen met 6-10 uur hokken
L Locaal of een kleine regio met 3-5 uur hokken
0 1-2 hokken. 0 symboliseert ook gebieden die misschien sterk onderbemonsterd zijn.
Het verspreidingskaartje is globaal. Het betreft waarnemingen na 1990. In hoofdzaak gebaseerd op het boek De Nederlandse bijen (Peeters et al., 2012)
De kaartjes zijn voorlopig; ze worden in de winter van 2015-2016 vervangen.
-
Vrouwtje en mannetje: in het veld morfologisch niet van niet van schorszijdebij te onderscheiden. Voor onderscheid met andere soorten zie tabel.
Vliegperiode: eind augustus-eind oktober.
Nesten: Klimopzijdebijen nestelen in de grond. Ze graven hun nesten in lemige bodems waarbij zuidgerichtje hellingen geprefereerd worden. Nesten worden vaak in groepen gegraven en vormen zogenaamde ‘kolonies’, onder meer in steilwanden. De vrouwtjes nestelen echter steeds individueel. De klimopzijdebij is te verwachten in parken, tuinen, kerkhoven en andere zandige terreinen.
Bloembezoek: voor stuifmeel op Kimop; voor nectar ook op andere planten; onder meer Japanse duizendknoop.
Voorkomen in Nederland: nog (zeer) zeldzaam in het zuidelijk deel van het land (Limburg , Zeeland), maar lijkt zich wel uit te breiden; vliegt in zuidelijk europa op alle plekken waar bloeiende klimop voorkomt ook in tuinen, bij oude muren en binnen plaatsen.
Koekoeksbijen ?
Fragment samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: De klimopbij is pas in 1993 beschreven. De soort is moeilijk te onderscheiden van Colletes halophilus en C. succinctus. De eerste Nederlandse exemplaren van deze soort werden in 1997 gevangen in een tuin te Maastricht (Lefeber 1998b). In 1998 werd de soort ook gevonden in de botanische tuin bij de Lichtenberg. De klimopbij is te verwachten in parken, kerkhoven en tuinen maar ook langs loofbosranden en houtwallen. Colletes hederae graaft haar nest in de grond. De nesten worden, evenals die van andere zijdebijen, onder gunstige omstandigheden in groepen aangelegd. De soort is monolectisch: zij Vliegt uitsluitend op klimop Hedera helix.
Mail bij foto van A.P. (Paul) Pijpers uit Geleen (30 dec. 2011) -- Vandaag is me door twee mensen, onafhankelijk van elkaar, de naam gegeven.
n.l door Ivo Ramaekers en Jens D’Haeseleer (nu bij Natuurpunt, maar ook opvolger van Dries Laget Uni Gent), waarvoor mijn dank. Het is (toch) het vrouwtje van de Klimopzijdebij (Colletes hederae).Voor mijn gevoel een bijzondere vondst.Ze verzamelt hier nectar op de Japanse duizendknoop (Polygonum cuspidatum) aan de waterkant langs de dijk van het Julianakanaal te Elsloo. Aan de andere kant van de dijk staan een eindje verderop bomen met daarin de klimop.Het is op ca. 100 tot 200 m van de Maas (de Belgisch grens).
Opname op 25 sept 2011,ca. 16h10; Tussen 14h en 18h30 lag de temperatuur tussen de 22 en 23 graden.
   
Klimopzijdebij - Colletes hederae op Japanse duizendknoop Terug
 
Klimopzijdebij - Colletes hederae op klimop Terug
 
Klimopzijdebij - Colletes hederae op klimop Terug
 
Klimopzijdebij - Colletes hederae op klimop Terug
 
Een lemige Steilwand bij Maastricht - Terug
 
Klimopzijdebij bij het nest Terug
 
Klimopzijdebij bij het nest - Terug
 
Klimopzijdebij bij het nest - Terug
 
Klimopzijdebij bij het nest - Terug