Ranonkelbij
Chelostioma florisomne
Zwarte, slanke bijen, met haarbanden op het achterlijf
Lengte: vr & m 7-11 mm
Lees meer
 
 
 

Grafiek en kaartje naar T.M.J .Peeters et al.-
Vrouwtje: met dichte witte haarbandjes op het achterlijf; bovenkaken relatief groot; clypeus met een afstaande rechthoekige lamel; antenne zwak knuppelvormig; middenveld propodeum zeer fijn gerimpeld (leerachtig) en mat.
Mannetje: middelstel antennenleden aan de onderkant sterk uitgestulpt (gezaagd); achterrand van zevende tergiet met een half cirkelvormige uitsnijding; 2e sterniet met een half eliptische bult.
Vliegperiode: mei - juli
Habitat: bosranden, kleinschalig landbouwgebied, parkachtige en stedelijke gebieden (Peeters et al., 2012).
Nesten: dood hout met oude kevergangen, plantenstengels, rietmatten, rieten daken; ook in bijenhotels in het bijzonder met houtblokken?; nestgangen van natuurlijke en kunstmatige nesten zijn: ca 4mm doorsnee.
Bloembezoek
Is geheel afhankelijk van (gespecialiseerd op) klokjes: knolboterbloem, scherpe boterbloem, kruipende boterbloem.
Voorkomen in Nederland: vrij algemeen in de oostelijke helft van het land, minder algemeen tot zeldzaam in zeeland; ontbreekt in de overige kustprovincies. .
Koekoeksbijen: geen, wel een aantal wespensoorten (zie Peeters et al., 2012: pag. 282)
Samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan:
De ranonkelbij is vrij algemeen op de hoge zand- en lössgronden. Naar het noorden wordt de soort wat schaarser. Uit het westen van het land zijn slechts oude opgaven bekend. De ranonkelbij nestelt in dood hout met natuurlijke of kunstmatige gaten en in holle stengels. Voorbeelden van nestelplaatsen zijn oude gangen van kever(larven) en van rieten daken. Het is een oligolectische bij die gespecialiseerd is op boterbloemen(Ranunculus). Als broedparasieten worden onder andere de gewone knotswespSapygaclavicomis en de goudwesp Chrysis ignita genoemd.
 
Ranonkelbij - Chelostioma florisomne - Terug
 
Vrouwtje: met dichte witte haarbandjes op het achterlijf; bovenkaken relatief groot; clypeus met een afstaande rechthoekige lamel; antenne zwak knuppelvormig; middenveld propodeum zeer fijn gerimpeld (leerachtig) en mat.
Mannetje: middelstel antennenleden aan de onderkant sterk uitgestulpt (gezaagd); achterrand van zevende tergiet met een half cirkelvormige uitsnijding; 2e sterniet met een half eliptische bult.
 
 
Ranonkelbij (vr) - (foto beschikbaar gesteld door Josef Dvorak) Terug
 
Ranonkelbij (m) (foto beschikbaar gesteld door Albert Jacobs) Terug
 
Ranonkelbij (m) (foto beschikbaar gesteld door Nigel Jones) Terug
 
Ranonkelbij (vr) op scherpe boterbloem Terug
 
Ranonkelbij (vr) op scherpe boterbloem Terug
 
Ranonkelbij (vr) op scherpe boterbloem Terug
 
kaken ranonkelbij (vr) Terug
 
Ranonkelbij in de "Jochumhof” Steyl Terug
Op eerste Pinksterdag (19 mei 2013) was ik in de in de "Jochumhof” aan de Maas bij Steyl. (L). Een van de weinige dagen van deze meimaand dat de temperatuur boven de 20°C uitkwam.
Bij het bijenhotel was dat heel goed te merken. De bijen vlogen af en aan. Dit waren rosse metselbij, blauwe metselbij, en de laatste vrouwtjes van de gehoornde mestelbij. De ranonkelbij was met enkele10-tallen mannetjes en vrouwtjes duidelijk in de meerderheid.
De ranonkelbij nestelt hier zowel in de houtblokken als in de rietstengels.
De ranonkel bijen bezochten kruipende boterbloem en scherpe boterbloem, zowel in de tuin als op het talud van het Maasdal dat direct aan deze tuin grenst.
Voor meer informatie over deze tuin klik op link
http://www.jochumhof.nl/
Foto links: vr. ranonkelbij
 
 
 
 
 
 
 
 
Ranonkelbij (vr) inspecteert een nest Terug
 
Ranonkelbij vr bij nest Terug
 
Ranonkelbij (vr) Terug
 
Ranonkelbij (m) met geel stuifmeel van boterbloem Terug
De middelstel antennenleden zijn aan de onderkant sterk uitgestulpt (gezaagd).
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ranonkelbij (m) Terug
 
Ranonkelbij (m) op kruipende boterbloem Terug
 
Ranonkelbij (m) op kruipende boterbloem Terug