Kruisbloemenfamilie - Brassicaceae Overzicht soorten
Kruiden met verspreide bladen en meestal een bladrozet in ieder geval in het beginstadium, bij sommige soorten spoedig verdwijnend.
Bloem
- kelk- en kroonbladen 4 en kruisgewijs ingeplant, de kelkbladen staan afwisselend met de kroonpladen;
- Meeldraden: gewoonlijk 6 meeldraden, 2 korte en 4 lange;
- Stamper: vruchtbeginsel bovenstandig; stijl kort, stempel knopvormig.
- Bloeiwijze een tros of samengestelde tros.
- Nectariën: honingscubben aan de voet van de meeldraden. Bij sommige soorten hebben de twee tegenoverstaande kelkbladen een soort uitzaking aan de voet waarin de de afgescheide nectar wordt opgevangen. Deze gemakkelijk bereikbaar is voor de bijen, maar ook bij andere soorten kruisbloemigen waar de toegang voor bijen lastig is, wordt nectar via de spleten tussen kelbladen verzameld. (zie foto)
Vrucht: een openspringende tweekleppige doosvrucht (ook wel een hauw of houwtje genoemd) met twee kleppen. De vorm en de grootte van de doosvruchten varieren enorm. Als doosvruchten minder dan 3 x zo lang zijn als breed worden de vaak houwtje genoemd; zijn de langer dan noemt men ze hauwen.
 
Pinksterbloem met 4 lange en twee korte meeldraden
 
Honingbij verzamelt nectar via de spleten tussen de kelkbladen van bladramanas
 
Enkele voorbeelden (Voor Nederlandse of wetenschappelijk namen zie overzicht)
Vrucht van bladramanas Vruchten van brilkruid
   

Judaspenning heeft de meest opvallende vruchten;
links met vliezig tussenschot waar aan de plant zijn naam ontleent

   
Kool of koolzaad: de meest opvallende kruisbloemige in het landschap
   
Vruchten van van herderstasje
   
Bloemen en vruchten van grijskruid
   
Bloemen en vrucht van gele mosterd
   
Bloemen en vrucht van grote hardvrucht
   
Bloem en de vlezige vruchten van van zeeraket
   
Bloem en draadvormige vruchten van Hongaarse raket
--  
Soorten op deze website  
Alliaria petiolata Look zonder look
Arabis caucasica Randjesbloem
Arabis procurrens Arabis
Barbarea vulgaris Gewoon barbarakruid
Berteroa incana Grijskruid
Brassica napus Koolzaad
Brassica nigra Zwarte mosterd
Brassica rappa Raapzaad
Bunias orientalis Grote hardvrucht
Cakile maritima Zeeraket
Camelina sativa Huttentut
Capsella bursa-pastoris Gewoon herderstasje
Cardamine pratensis Pinksterbloem
Crambe cordifolia Hartbladige zeekool
Crambe maritima Zeekool
Diplotaxis tenuifolia Grote zandkool
Erucastrum gallicum  
Erysimum allionii Siberische muurbloem
Erysimum cheiri Muurbloem
Erysimum cv. Bowles Mauve Steenraket
Hesperis matronalis Damastbloem
Isatis tinctoria Wede
Lepidium draba Pijlkruidkers
Lobularia maritima (cv) Zilverschildzaad
Lunaria annua Tuinjudaspenning
Raphanus raphanistrum Knopherik
Raphanus sativus Radijs/Bladramanus
Rorippa amphibia Gele waterkers
Rorippa austriaca Oostenrijkse kers
Rorippa palustris Moeraskers
Rorippa sylvestris Akkerkers
Sinapis alba Gele mosterd
Sinapis arvensis Herik
Sisymbrium altissimum Hongaarse raket
Sisymbrium officinale Gewone raket
Soorten genoemd in het Plantenvademecum (Koster, 2007) waarvan nog geen foto's met bijen of vlinders beschikbaar zijn.
Alyssum montanum - Bergschildzaad
Vaste plant: jun-jul, geel; kruipende plant. Cham, 0,1-0,2, b2/1. MILIEU: droge, kalkhoudende, schrale tot matig voedselrijke bodems of stenig substraat; zon. VERSPR: Zuid- en Midden-Europa. FAUNA: w.bij, hb1. TOEPAS: tegel; steen; zint - geur (bloem).
Alyssum repens - Liggend schildzaad
Vaste plant: apr-mei, geel. Cham, 0,2-0,5, min of meer liggend tot opgaande stengels. MILIEU: droge, kalkhoudende, schrale bodems of stenig substraat; zon. VERSPR: Zuidoost-Europa. FAUNA: w.bij, hom, hb[np]4.
Coincya monensis - (Rhynchosinapis cheiranthos) Muurbloemmosterd
Vaste plant: jun-okt, geel. Hemi, 0,3-0,6. MILIEU: enigszins vochtige, voedselrijke omgewoelde zandige bodems; op open gronden en niet te sterk gesloten grazige begroeiingen; in wegbermen, langs spoorwegen, spoorwegemplacementen en haventerreinen; zonnig. VERSPR.nl: plaatselijk vrij algemeen in het noordelijk deel van Noord-Brabant tot in en rond Nijmegen (situatie 1990); overigens zeldzaam tot zeer zeldzaam. FAUNA: hom, hb[np]3.
Crambe cordifolia - Hartbladige zeekool
Vaste plant: mei-jul, wit, blw. reusachtige samengestelde trossen. Hemi, 1,5-2,5, b2/3. MILIEU: min of meer vochtige, matig voedselrijke bodems; zonnig. VERSPR: Kaukasus. FAUNA: vlin, w.bij, hom, hb[np]3.
Eruca sativa - Zwaardherik
Eenjarig: mei-aug, wit tot geelachtig en paars geaderd. Ther, 0,5-0,9. MILIEU: vochtige tot zomerdroge, voedselrijke bodems; onder meer op ruderale terreinen; zon. VERSPR: oorspronkelijk Middellandse Zeegebied; thans over Europa verspreid. FAUNA: hb[np]5.
Erysimum allionii - Siberische muurbloem
Vaste plant: apr-jun, oranje. Cham, kortlevend, 0,2-0,3. MILIEU: vochthoudende, arme tot matig voedselrijke liefst kalkhoudende bodems; zon. VERSPR: alleen als sierplant; cultivar. FAUNA: hb[np]5.
Thlaspi arvense - Witte krodde
Eenjarig: mei-sep, wit. Ther, 0,2-0,5. MILIEU: vochtige voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; op open en veelal omgewoelde gronden, in nieuwe bermen, op dijken, in pas aangelegde stadsplantsoenen, op open braakliggende terreinen en in gronddepots; zon-tb. VERSPR.nl: buiten de drogere zandgebieden vrij algemeen. FAUNA: w.bij, hb1