Glansmispel - Photinia x fraseri (Red Robin)
Rozenfamilie - Rosaceae
Bijenplant, hommelplant, drachtplant
Een groenblijvende heester
Bloeiperiode: mei-juni
Bloem: wit, bloeiwijze een schermachtige samengestelde tuil
Blad: blad glanzend, leerachtig, ongedeeld 8-12 cm lang; ( blad bij Red robin in het begin rood later bronsachtig groen)
Vrucht: bessen eerst rood, later zwart verkleurend.
Hoogte: tot 5 m
 
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: Matig voedselrijke, humushoudende, vochtige tot enigszins droge, zwak zure tot kalkhoudende bodems; verdraagt geen winternatte bodems. Verdraagt strenge, maar niet te strenge vorst in combinatie met harde wind.
Herkomst: Photinia x fraseri is en kruising tussen p. glabra en serratifolia. Beide soorten groeien van nature in Oost-Azie (Himalaya, China, Korea, Japan).
Toepassing: wordt vooral in tuinen sinds ca. 2000 vaak als solitaire heester aangeplant (modeplant); verder ook bij gebouwen en in plantenbakken. Photinia x fraseri zou ook in groepen in het openbaar groen kunnen worden aangeplant.
Beheer: bloeit op tweejarig hout, wordt vaak voor het blad aangeplant. Eventueel verjongings- of vormsnoei. Voor een optimale bloei kan, indien nodig, het beste na de bloei of bes worden gesnoeid. Daar bij moet zoveel mogelijk jong bloeihout worden ontzien.
Wilde solitaire bijen:
  Asbij Andrena cineraria  
  Meidoornbij A. carantonica  
  Zandbijen (kleine soorten) Vermoedelijk A. minutula  
Dracht: nectar en geel stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3 (-5 in sommige jaren).
 
Photinia x fraseri bloeiwijze
 
Fragment heester
 
Photinia x fraseri 'Red Robin'op stam in een voortuin
 
Photinia als kuipplant in het centrum van de stad
 
Honingbij
 
Akkerhommel
 
Andrena carantonica
 
Andrena carantonica
 
Andrena cineraria
 
Andrena cineraria
 
Andrena cineraria
 
Andrena cineraria
 
Andrena cineraria metaalglans is hier goed zichtbaar
 
Andrena cineraria en Andrena carantonica op een bloeiwijze