Elaeagnus x ebbingei (E. macrophilla x E. pungens) -
Duindoornfamilie - Elaeagnaceae
Hommelplant, drachtplant.
Een groenblijvende heester
Bloeiperiode: september-november
Bloem: wit, al dan niet met bruine punten; bloeiwijze okselstandig
Blad: donker groen, onderzijde wit, min of meer zilverachtig
Vrucht: schijnbessen bruin, later rood verkleurend
Hoogte: 1-4 m
Opmerking: bloemen met een sterke welriekende geur die op meters afstand kan worden waargenomen
Er zijn allerlei bontbladige cultivars; verliest bij strenge winters zijn blad.
 
 
 
Milieu- en groeiplaats: enigszins droge tot vochtige, liefst middel zware minerale (leem, klei) bodems; zon.
Herkomst: beide oudersoorten komen van nature in Japan voor.
Toepassing: openbaar groen, tuinen, industrieterreinen, vooral in het kustgebied.
Beheer: verjongingssnoei, kan sterk worden teruggesnoeid; voor wintergroen blad mei-september snoeien, bij later snoeien worden de nieuwe scheuten vorstgevoeliger.
Wilde solitaire bijen: vooral door de late bloei niet waargenomen
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3-4.

Heester op een bedrijventerrein
 
Fragment heester
 
Bloeiwijze
 
Bloem
 
Aardhommel
 
 
Distelvlinder