Dahlia
Composietenfamilie - Asteraceae
Bijenplant, hommelplant, drachtplant, vlinderplant.
Een kruidachtige plant (in principe overblijvende, maar niet winterharde plant)
Bloeiperiode: juli - oktober
Bloem: vrijwel alle kleuren; bloeiwijze alleenstaand; bloemvorm zeer gevarieerd
Blad: geveerd, tegenoverstaand met een topblaadje.; bladrand gezaagd of getand.
Vrucht: nootje
Overige: wortels knolachtig
Hoogte: 0,3-2,0 m
Opmerking: In Nederland bestaan in tuinen en op kwekerijen 20-30 soorten en minstens honderden cultuurvormen.
 
Milieu: vochtige, voedselrijke, zwak zure tot neutrale bodems/ gemiddelde tuingrond; zon.
Herkomst: Mexico, Midden-Amerika.
Fauna:: alleen enkelbloemige en halfgevulde bloemen worden door nectar- en stuifmeelzoekende insecten bezocht. Dat zijn onder meer: mignon-, anemoonbloemige, halskraag-, pompon-, pioenbloemige dahlia's.
Toepassing: tuinen, volkstuinen, boerentuinen, schooltuinen; publiekelijk toegankelijke kasteeluinen; lage en meestal enkelbloemige soorten soms ook als perkplant in openbaar groen.
Beheer: voor de eerste nachtvorst moeten de knollen uit de grond worden gehaald; het vitale deel van de plant zit aan basis van de stengel net boven de "knollen" en op de hoogte van het maaiveld. De knollen met een stukje steel op een droge vorstvrije plaats opbergen; mogen na 15 mei weer worden uitgeplant. De vitaliteit van de "knol" is de controleren door op het oog (aan de basis van het afgestorven stengelgedeelte) een stukje bast weg te schrapen. Als dat frisgroen is, dan is het OK. Vooral hoge planten zijn zeer windgevoelig; moeten worden aangebonden.
Wilde solitaire bijen: niet waargenomen.
Dracht: nectar en geel/oranjeachtig stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 5 ( voor enkelbloemige planten).

 

Dahlia Bishop of York met honingbij en zweefvlieg (blinde bij)
 
Dahlia Bishop of York met honingbij
 
Dahlia merckii met honingbij
 
Dahlia 'Bischop Landaff'
 
Dahlia met halfgevulde bloemen met atalanta
 
Een dahliakwekerij